Wim Sonneveld - Tearoom tango
Tekst: Michel van der Plas / Muziek: Harry Bannink
(1964)






En hier, dames en heren
hier komt een liefdesgeschiedenis uit Den Haag, getiteld
‘Tearoom Tango’



Toen ik jou de roze tearoom langzaam binnenschrijden zag
Met je kaalgevreten bontjas en je arrogante lach
Een afschuwelijk beeld van honger en ellende
Vroeg ik me af, hoe ik jou in ’s hemelsnaam herkende
Maar toen iedereen jou nakeek met die blik van ‘oh la la’
Dat moet vroeger iets geweest zijn van ‘comme ça’ en ‘ga maar na’
En de ober zelfs een buiging voor je maakte
Toen voelde ik dat mijn verbittering ontwaakte
En terwijl je stil stond bij het gebak
Was ik de jongen weer wiens jongenshart jij brak



Je hebt me belazerd, je hebt me bedonderd
En wat me nu na al die jaren nog verwondert
Dat ik dat nooit vergeten zal, al word ik honderd
Je hebt me belazerd, je hebt me bedonderd



’t Zal zo’n dertig jaar geleden zijn dat ik jou stil aanbad
En in deze zelfde tearoom steeds op jou te wachten zat
En wanneer je dan na uren was gekomen
Noemde ik jou de schone diva van mijn dromen
Na een jaar geheime liefde zei ik nog steeds eerbiedig ‘u’
En ik mocht je af en toe eens kussen, achter het menu
Verder mocht ik niks, het was verdomd een schijntje
Je hield me steeds met je beloften aan het lijntje
Tot ik plotseling ontdekte dat
Jij wel twintig andere tearoom-lovers had



Je hebt me belazerd, je hebt me bedonderd
En wat me nu na al die jaren nog verwondert
Dat ik dat nooit vergeten zal, al word ik honderd
Je hebt me belazerd en je hebt me bedonderd



En nu zit je aan mijn tafeltje en vraagt me: “Mag ik thee”
En je attaqueert mijn taartjes en wat kijk je weer gedwee
En je fluistert: “Jongen, haal me uit de nesten
Want het is of heel de wereld me wil pesten”
Je bent veel te dik gepoeierd en de mot zit in je hoed
En ik zie ook dat je huilt zoals een slechte actrice doet
Je pikt weer een sigaret en vraagt een vuurtje
En je zegt achter je zevende likeurtje
“Ach, je weet dat ik jou de liefste vond
Geef me wat geld, boy, want ik zit vreselijk aan de grond”
Dan zeg ik: “Zit jij aan de grond”



Da’s heel belazerd, da’s reuze bedonderd
Dat ik de liefste was, is iets dat mij verwondert
Vraag het die anderen maar, je had er minstens honderd
“Ober
Ober, goedemiddag
Deze dame hier, ober, wou even alles afrekenen”
Ja, ’k ben belazerd









<<   Vorige nummer                     Overzicht jaren ’60                     Volgende nummer   >>




Naar boven                       Home