Wim Sonneveld - Margootje
Tekst: Annie M.G. Schmidt / Muziek: Wim Sonneveld
(1965)






Ik zat aan het ontbijt een beschuitje te soppen
Toen zag ik opeens een klein autootje stoppen
Het was een Peugeootje, zo groot, nee, iets groter
Het stond naast mijn theekopje, vlak bij de boter
En ja hoor, daar ging het portiertje al open
Er kwam een klein vrouwtje naar buiten gekropen
Heel blond, in bikini, een beeldig figuurtje
Ze stond op mijn bord en ze vroeg om een vuurtje
Ze zei: “Ik heet Margootje”
En ik zei: “Hallo”
Ze zei: “Nou, daar ben ik dan”
En ik zei: “Oh”
Ik vroeg haar uit wat voor een plaatsje ze kwam
Ze zei: “Nou, wat dacht je, uit Madurodam”



Margootje, Margootje, ze klom op mijn broodje
Ze trok aan mijn haar en ze zat op mijn mouw
Mijn kleine vriendinnetje, zo’n neusje, zo’n kinnetje
Ze riep in mijn oor: “Wim, ik hou zo van jou”
Margootje, Margootje in d’r kleine Peugeootje
Margootje, Margootje uit Madurodam



Ze was wel erg lief, maar ze werd te aanhalig
Ze wou mee in bad en dat vond ik schandalig
Toen heb ik haar weggebracht in haar Peugeootje
Naar Madurodam en ik zei: “Dag Margootje”
Ik zette haar neer bij het AVRO-gebouwtje
Ik zei: “Nou naar huis en wees een zoet vrouwtje”
Maar ’s avonds deed ik de broodtrommel open
Daar zat ze weer achter de koek weggekropen
Oh, had ik haar toen maar de deur uitgezet
Ze wou mee in bad en ze wou mee in bed
Ze werd erg ondeugend en ik schreeuwde kwaad
“Jij Christine Keeler in pocketformaat”



Margootje, Margootje in een klein pettycoatje
Ze zwom in mijn bad en ze zat op de Vim
Ze kroop in een laatje met zo’n klein behaatje
Ze kroop in mijn jaszak en fluisterde: “Wim”
Margootje, Margootje, jij klein idiootje
Margootje, Margootje uit Madurodam



Ik zei dat ik zoiets beslist niet meer wilde
Ze beet in mijn teen en ze krijste en gilde
En toen is ze weggegaan, boos en beledigd
En daarmede was de affaire erledigt
En het laatste nieuws dat ik van haar vernam
Ze zit nu in het Begijnhof van Madurodam
Ze draagt een zedig wit kapje, zo’n kleintje
Ze is nu een kuis en een deugdzaam Begijntje
Maar soms kijk ik nog wel eens achter een vaas
Ik kijk in het trommeltje met speculaas
Ik kijk of ze soms in het zeepbakje is
Omdat ik haar toch wel een klein beetje mis



Margootje, Margootje, ik riep je, ik floot je
Ik kijk onder het kussen en ik kijk in mijn hoed
Ik kijk in de laatjes, in hoekjes en gaatjes
Nou ben je verdwenen, voor altijd, voorgoed
Margootje, Margootje
Begijntje, Bardootje
Margootje, Margootje uit Madurodam









<<   Vorige nummer                     Overzicht jaren ’60                     Volgende nummer   >>




Naar boven                       Home