Rudi Carrell - Wat een geluk
Tekst: Willy van Hemert / Muziek: Dick Schallies
(1960)






Wat een geluk dat ik een stukje van de wereld ben
Dat ik de wijsjes van de sijsjes en de merels ken
En dat ik mee mag doen met al wat leeft
En mee mag ademen met al wat adem heeft



Ik ben zo blij dat er in mei altijd narcissen zijn
En dat er vruchten, vlinders, veulens, vogels, vissen zijn
En al die blijdschap komt enkel door jou
Omdat ik vreselijk, ongeneeslijk van je hou



Als je mij nou vraagt, is dat afgezaagd
Zeg ik ja, maar ik zaag toch nog even door
Ach, wat moet ik nou, want ik hou van jou
En daar heb ik doodgewoon geen woorden voor



Ik heb alleen maar het vertrouwde: ‘schat, ik hou van jou’
Het ‘hartedief, ik heb je lief’ en het ouwe: ‘blijf me trouw’
Ik vind het zelf ook wel erg primitief
Maar waarom ben je dan ook zo lief



La lala la, la lala la, la lala lalala la la la
La lala la, la lala la, la la la la la la la la la



Wat een geluk dat ik een stukje van de wereld ben
Dat ik de wijsjes van de sijsjes en de merels ken
En dat ik mee mag doen met al wat leeft
En mee mag ademen met al wat adem heeft



Ik ben zo blij dat er in mei altijd narcissen zijn
En dat er vruchten, vlinders, veulens, vogels, vissen zijn
En al die blijdschap komt enkel door jou
Omdat ik vreselijk, ongeneeslijk van je hou



Ik heb alleen maar het vertrouwde: ‘schat, ik hou van jou’
Het ‘hartedief, ik heb je lief’ en het ouwe: ‘blijf me trouw’
Ik vind het zelf ook wel erg primitief
Maar waarom ben je dan ook
O, waarom ben je dan ook
O, waarom ben je dan ook
Zo lief



La lala la, la lala la
La lala la la la la
La la









<<   Vorige nummer                     Overzicht jaren ’60                     Volgende nummer   >>




Naar boven                       Home