Martine Bijl - Voor ’t onbegrepene
Tekst: Jules de Corte / Muziek: Henk van der Molen
(1969)







Toen ik naakt was, heb je mij bezocht
En toen ik dorst had, heb je mij gespijzigd
Toen ik gevangen zat, heb je mij gekleed
Jij hebt de goedheid tot onlogica gewijzigd
Maar ik was blij met alle dingen die je deed



Toen ik kou leed, reikte jij me ijs
En toen ik honger had, kwam jij om mij te laven
Terwijl ik blind was, bracht je mij een schilderij
En toen ik ziek was, bood je aan mij te begraven
Gewoon uit menselijk medeleven jegens mij



Was ik eenzaam, liet je mij alleen
Wou ik alleen zijn, bleef je langer dan mij lustte
Als ik moest slapen, wenste jij me goede wacht
En moest ik wakker blijven, zei je: “Welterusten”
Maar je attenties waren altijd onverdacht



Zeg me niet: “Ik zag je nimmer naakt”
Of dat ik nooit gevangen heb gezeten
Dat ik nooit honger of dorst had evenmin
Jij was een mensenredder zonder het te weten
En was ik God, dan mocht je zo mijn hemel in











<<   Vorige nummer                     Overzicht jaren ’60                     Volgende nummer   >>




Naar boven                       Home