Boudewijn de Groot - Beneden alle peil
Tekst: Lennaert Nijgh / Muziek: Boudewijn de Groot
(1966)






Jouw armen, liefste, zijn niet om te slaan
Je moet je handen niet tot vuisten maken
Je ogen hoeven niet zo hard te staan
Ontspan die harde lijnen om je kaken
Je lichaam, lief, is zacht om aan te raken
Maar jij denkt enkel aan je eigen heil
Jij denkt alleen maar aan je eigen zaken
En dat is toch beneden alle peil



Bekijk jezelf en lach, je zachte arm
Is voor mijn hoofd gemaakt om op te rusten
Je borst, als veilig kussen, houdt me warm
Maar warmer zijn je lippen die me kusten
Zo wekte je één voor één mijn andere lusten
Maar jij dacht aan een ander onderwijl
Waarmee je zonder moeite je geweten suste
En dat is toch beneden alle peil



Mijn liefde was de inzet voor jouw spel
Door mij liet jij je ijdelheid graag strelen
Je wilde niet, dan wilde je weer wel
Ik was verblind, ik liet maar met me spelen
Je liet je zomaar door een ander stelen
En mijn geluk ging zomaar voor de bijl
Maar mijn verdriet kon jou niet zo veel schelen
En dat was toch beneden alle peil



Prinsheerlijk lig je in een anders bed
En maakt hem met je lichaam dwaas en dronken
Wat in geen enkel opzicht jou belet
Achter zijn rug om weer naar mij te lonken



Bedriegen ligt nu eenmaal in jouw stijl
Je hebt je in ’t geheim aan mij geschonken
Maar het is toch wel beneden alle peil









<<   Vorige nummer                     Overzicht jaren ’60                     Volgende nummer   >>




Naar boven                       Home